Blog

Goede voornemens? Zo houd jij deze wel lang vol!

Een nieuw jaar is weer begonnen. Zoals altijd weten wij niet wat het nieuwe jaar brengt, maar zeker in coronatijd is alles onzeker. Hoe ziet 2022 eruit? Wat echter nooit verandert, zijn de goede voornemens aan het begin van een nieuw jaar. Maar het fenomeen goede voornemens blijft toch altijd wel een ‘dingetje’. Lang niet iedereen haalt zijn of haar doelen, het is nou eenmaal lastig om gedrag te veranderen. Bij deze 6 valkuilen en tips om dit te doorbreken. En wie weet lukt het dit jaar wel. Wij wensen je in ieder geval een heel gezond & gelukkig 2022 én dat er snel weer kan worden gezwommen in de zwembaden. 1. Onrealistische voornemen(s) Goede voornemens zijn voor de meesten vanaf de start helaas gedoemd om te mislukken. Dit komt omdat de lat te hoog wordt gelegd en we de goede voornemens te vaag formuleren. Hoe dan wel? Houd het realistisch zodat je jezelf niet elke keer weer teleurstelt. Met de volgende stappen leer je een realistisch plan op te stellen. >> Stap 1: Zet je goede voornemens op papier en bedenk wat volgens jou haalbaar is. >> Stap 2: Leg dit doel voor aan familie, vrienden of een deskundige bij bijvoorbeeld het zwembad om gezamenlijk in te schatten of dit doel haalbaar is. >> Stap 3: Schrijf dit doel vervolgens zo concreet mogelijk op en kies gelijk ook een start- en einddatum. >> Stap 4: Deel dit einddoel op in kleine subdoelen zodat je elke keer weer een succeservaring hebt bij het behalen van een subdoel. 2. Te veel tegelijk Je herkent het vast wel. Je wilt je gedrag drastisch veranderen. Tien doelen tegelijk en alles moet in één keer lukken. Je bent wel gemotiveerd, maar je hebt geen duidelijk stappenplan. Dit is dan eigenljk bijna altijd gedoemd om te mislukken. Wat werkt wel? Maak een plan waarbij je stap voor stap werkt aan een nieuwe gewoonte. Het liefst 1 gewoonte per 2-4 weken. Door het op te schrijven vergroot je de kans op succes. 3. Je resultaten niet bijhouden Om je goede voornemen vol te houden is het belangrijk om het proces in kaart te brengen en bijvoorbeeld dagelijks bij te houden hoe het gaat met je doelen. Dit hoef je niet altijd te doen, maar de eerste periode kan dit heel handig zijn. Als je een kleine gewoonte hebt veranderd, ervaar je kleine succeservaringen en dit motiveert en zorgt ervoor dat je makkelijker doorzet met al je andere doelen. Bijvoorbeeld als je als doel hebt 2 keer per week zwemmen. Week 1: gelukt Week 2: gelukt 4. Je niet voorbereiden op tegenslagen Verder is het belangrijk om je voor te bereiden op obstakels en tegenslagen. Stel: je kunt een keer niet op maandag zwemmen, wanneer ga je dan zwemmen? Hoe duidelijker jouw plan is om met deze obstakels om te gaan, des te makkelijker het wordt om jouw doelen te behalen. 5. Geen inspirerende mensen om je heen De steun van familie en vrienden is essentieel voor het bereiken van jouw goede voornemens. Vertel aan jouw omgeving wat je wilt bereiken, zij kunnen jou steunen en je herinneren aan je goede voornemens. Naast steun vanuit je omgeving is het ook belangrijk om je te omringen met mensen die je verder helpen en naar een hoger plan tillen. Zoek mensen die een vergelijkbaar doel hebben en die je inspireren of verder helpen. Wil je gezondere gaan leven en meer bewegen? Zoek dan een zwemclubje op met mensen die ook met hun gezondheid bezig zijn. 6. Je bent te ongeduldig Gedragsverandering staat aan de basis van bijna alle goede voornemens. Je wilt bepaalde gewoonten veranderen waar je je het afgelopen jaar aan hebt gestoord. Maar dit lukt je niet in twee dagen. Geef dus ook niet op als je na een paar dagen ongeduldig begint te raken. Gun jezelf iets meer tijd, een blijvende gedragsverandering duurt nou eenmaal al snel twee tot drie maanden. Geef dus niet op als je na een paar dagen even een zwak moment hebt, een terugval is heel normaal. Nieuwe gewoontes aanleren en een ongewenste gewoonte afleren is in theorie simpel: zet zo lang mogelijk door totdat je een nieuwe gewoonte hebt aangeleerd. Bron: www.zwembadbranche.nl

Een te hoge bloeddruk: zwemmen is zeer geschikt en werkt bloeddrukverlagend

  Een hoge bloeddruk is de belangrijkste oorzaak van hart- en vaatziekten. Een te hoge bloeddruk leidt tot aandoeningen die behoren tot de top 10 van ziekten met de meeste verloren levensjaren. Denk aan beroerten, hartinfarcten, hartfalen. Maar liefst een derde van mensen tussen de 30 en de 70 jaar heeft een te hoge of verhoogde bloeddruk heeft. Mensen met een fors te hoge bloeddruk komen in de medische molen terecht. Het grootste deel met een verhoogde bloeddruk zit niet aan de kritische grens waarbij medicijnen nodig zijn. De eerste stap is dan een gezonde leefstijl: minder zout en suiker, meer groenten. En bewegen, zwemmen dus. Hoge bloeddruk en bewegen Wanneer je je inspant, zal je bloeddruk oplopen. Hoe hoog deze wordt, is afhankelijk van de spieren die je gebruikt tijdens de training en van de intensiteit van de training. Uit onderzoek blijkt echter dat training bij mensen met een hoge bloeddruk de bloeddruk verlaagt. Voor je gezondheid is deze daling van groot belang. Weinig lichaamsbeweging heeft bovendien een negatieve invloed op je bloeddruk. De Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen is 30 minuten per dag en dit geldt ook voor mensen met hypertensie. Het effect op de bloeddruk van een training houdt 24 uur aan. Het is dus aan te bevelen elke dag te trainen, maar op zijn minst drie keer per week. De duur van de training bij voorkeur minimaal 30 minuten, aaneengesloten of opgedeeld in stukken van 10 minuten.   Welke sport? Sportief bewegen is dus zeker ook voor mensen met een hoge bloeddruk een goed idee. Regelmatig bewegen heeft een positieve invloed op de gezondheid. Het verbetert je conditie en bovendien is de kans groot dat je door te bewegen je beter in je vel voelt zitten. Als je bloeddruk onder controle is en je ondervindt hiervan geen complicaties, zijn eigenlijk alle sporten geschikt. Ook de intensievere sporten. Alleen bij een te hoge en moeilijk behandelbare bloeddruk, moet je oppassen met te intensieve sporten. Wat dan vaak wel kan en veel wordt aangeraden, is zwemmen. Bewegen in water is dan een hele geschikte sport. Hierbij is het wel verstandig om een arts te raadplegen omdat elke situatie uiteraard specifiek is en het advies dus ook anders kan zijn. Zwemplan Regelmatig sporten en bewegen helpt een hoge bloeddruk te verlagen en het werkt bloeddrukverlagend, zelfs al direct na het sporten. Sporten kan bij een hoge bloeddruk zelfs net zo goed werken als medicijnen. Het is wel belangrijk dat de doktersadviezen goed worden opgevolgd. Als iemand niet eerder heeft gesport of niet precies weet wat wel of niet geschikt is, is het goed om dit te bespreken met een arts. Ook bij een hoog medicijngebruik of wanneer iemand intensiever wil gaan sporten. Samen met de arts of fysiotherapeut kan een plan worden opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de wensen en mogelijkheden. Vervolgens kan dit plan onder begeleiding van een medewerker van het zwembad ten uitvoer worden gebracht in het zwembad. Kijk voor meer informatie op Sportzorg.nl Dit artikel is gepubliceerd door de zwembadbranche op 10-12-2021.

Vier tips om de borstcrawl onder de knie te krijgen

BLOG: Vier tips om de borstcrawl onder de knie te krijgen 18/11/2021 Nederlanders zijn één van de weinigen in de wereld die bij de basis van het leren zwemmen vooral de schoolslag leren, omdat dit een survival slag is. Een slag waarbij je je hoofd boven water kunt houden, wat je ook langer volhoudt als je onverhoopt in één van onze vele wateren valt. In het buitenland leren ze meestal vanaf het begin vooral de borst- en rugcrawl aan. Reden waarom veel Nederlanders vaak op latere leeftijd die borstcrawl toch graag willen leren of willen bijspijkeren. In deze blog vertelt Minette Lommers van Den Ekkerman over de vier belangrijkste punten om aan te werken als je die borstcrawl onder de knie wilt krijgen. Interessante kost voor zwemfans!   Balans en ligging Het belangrijkste om mee te beginnen bij het aanleren van de borstcrawl, is ervoor te zorgen dat je een zo optimaal mogelijke ligging in het water hebt en goed je balans kunt houden. Dit betekent dat je zo horizontaal mogelijk in het water moet liggen, zo heb je namelijk de minste weerstand. Ga maar eens lopen door het water, dat gaat altijd moeizaam en dit komt doordat het water tegen heel je lichaam aan duwt. Op het moment dat je zo horizontaal mogelijk in het water ligt, duwt er dus veel minder water tegen je lichaam aan en ga je sneller door het water. Een horizontale ligging (stroomlijnen zoals wij dat noemen) betekent ook dat je snel uit balans kunt raken. En tja, als je dan weer gaat draaien, krijg je weer meer lichaamsdelen die niet gunstig in het water liggen. Je balans kunnen houden is dus heel belangrijk. Dit kun je oefenen door je hoofd in het water te leggen en naar beneden te kijken, je billen aan te spannen, je buikspieren aanspannen, je armen strak langs je hoofd naar voren te steken en dan hard afduwen van de kant. Probeer ook eens om je armen langs je lichaam te houden, je armen uit te spreiden, probeer eens uit balans te gaan (draaien met je heupen) en weer terug in balans te komen. Met deze oefeningen kun je al heel veel kanten op om voor jezelf te ontdekken wat voor jou de meest gunstigste houding is. Het water grijpen Grip op het water hebben is het tweede belangrijke punt. Je moet weten op welke manier je het water het beste ‘weg kunt duwen’. Je moet het water pakken en jezelf als het ware eroverheen te duwen. Hiervoor is het belangrijk dat je weet waar je stuwvlakken zitten: met welke gedeeltes van je handen, armen, benen en voeten kun je het water zo in beweging zetten dat jij het snelste naar voren gaat? Je moet vooral op zoek gaan naar het ‘stilstaande’ water. Je handen zo plaatsen dat je dat water pakt en dus ook weg kunt duwen. Je handen zijn dus zeker twee hele goede stuwvlakken, net als je onderarmen en als je het water wegduwt heb je op het einde ook je bovenarmen die fungeren als een stuwvlak. Maar let op! Als je met rechte armen het water wegduwt, is dit weer niet zo gunstig voor je spierkracht (en slecht voor je schouders). Je ellebogen zijn dus altijd een beetje gebogen. Ga nu niet als een gek door het water liggen spartelen met je armen, dit heeft namelijk een averechts effect. Probeer juist je hand zover mogelijk in het water te laten glijden (hier wel je arm strekken) en duw je hand ook weer zover mogelijk naar achteren. Je kunt dit in het water oefenen door het tellen van je slagen. Tel eens hoe vaak je je armen door het water haalt in één baan. Probeer bij de volgende baan met minder slagen te zwemmen en ga zo op zoek naar de ideale slag. Je kunt ook thuis eens voor de spiegel gaan staan en kijken hoe je de armbeweging maakt. In het water zie je namelijk niet wat je doet. Timing Om zo goed mogelijk vooruit te komen zal je ook over een goede timing moeten beschikken. Dit betekent dat je eigenlijk geen enkel moment geen stuwing hebt. Als je ene arm klaar is met het trekken en duwen door het water en uit het water komt om hem weer naar voren te halen, zal je met je andere arm alweer aan het stuwen moeten zijn. Je ene arm neemt het als het ware van de andere over. Bedenk ook dat wanneer je iets aan de achterkant uit het water haalt er aan de voorkant iets gaat zinken, wat weer niet gunstig is voor je ligging en balans. Ook je benen kunnen hierin natuurlijk een belangrijke rol spelen. Je kunt als oefening in het water dit verschil ook uitproberen. Zwem één keer met je ene arm en leg deze weer terug bij je andere arm, zonder dat deze gaat duwen door het water. Je zult zien dat je flink bij moet sturen met je voeten om je balans te houden en vaart zult verliezen. Ademhaling Niet geheel onbelangrijk: de ademhaling. Voor de meesten het moeilijkste van alles en eerlijk is eerlijk, als je je niet relaxt voelt in het water, zal de borstcrawl zeer moeilijk gaan worden. Het is dus heel belangrijk om ‘vriendjes’ te worden met het water. Probeer te ontspannen en probeer met allerlei oefeningen hoe je het beste op een rustige manier je lucht onder water uit kunt blazen. Als dat je steeds beter afgaat, kun je het ook gaan toepassen bij de borstcrawl. Daarbij het is vooral belangrijk dat je in de goede uitgangspositie blijft liggen voordat je gaat ademen. Vervolgens draai je je hoofd naar de zijkant en kun je daar ademhalen. Op het moment dat je dit naar voren doet (je hoofd dus optilt) zullen je benen gaan zakken en krijg je dus weer meer weerstand. Je merkt dat alles bij de borstcrawl met elkaar samenhangt, vandaar dat deze vier punten ook allemaal zo ontzettend belangrijk zijn om te leren. Tip: mocht de ademhaling nog niet zo goed lukken, dan kun je ook zwemmen met een snorkel. Je ligging blijft dan goed, waardoor je wel alvast aan de andere punten kunt werken. Deze blog is geschreven door Minette Lommers, manager van Zwembad Den Ekkerman. Bron: https://www.zwembadbranche.nl/hoe-zwem-je-een-borstcrawl/

TIPS voor ouders en kinderen om samen te oefenen

TIPS voor ouders en kinderen om samen plezier te hebben in het zwemmen en de zwemles   Hieronder een aantal leuke tips voor zwemlesouders en kinderen om samen te oefenen!  TIPS: 1. Doe het echt samen. Een kind gaat pas spelen en ontdekken als het zich op z’n gemak voelt en de omgeving als veilig ervaart. De nabijheid van vader of moeder speelt daarbij een hele belangrijke rol. Ga je een keertje zwemmen, zorg ervoor dat je in het water bij je kind in de buurt bent. Samen leren zwemmen wordt pas echt leuk als je het samen doet. Doe daarom zelf actief mee. 2. Neem eventuele weerstand serieus. Zoek uit waarom je kind iets niet wil en vraag wat er niet leuk is. Ga met je kind in gesprek. Door aan te sluiten bij je kind kun je ervoor zorgen dat er wordt gespeeld. Spelen leidt weer tot plezier en daarmee groeit het zelfvertrouwen van je kind. Daardoor zal het meer gemotiveerd zijn om in te gaan op nieuwe uitdagingen. 3. Geef je kind de regie. Kinderen leren door te spelen. Neem dat als uitgangspunt tijdens het samen leren zwemmen. Veel kinderen kunnen heel goed zelf bepalen wat ze willen en kunnen doen. Zie dit als een talent van je kind en speel er zo goed mogelijk op in. 4. Voorkom een machtsstrijd. Laat je kind de baas zijn. Stimuleer je kind na te denken wat hij of zij het liefst wil doen en jij doet natuurlijk mee. Geef het goede voorbeeld. Kijk eens in de spiegel en stel jezelf de volgende vragen: Laat jij aan je kind zien dat je plezier hebt in zwemmen? Is jouw haar ook al nat wanneer je je kind uitdaagt om onder water te gaan? Ga jij onder water als je in het water springt? Laat je spetters op je af komen in plaats van ervoor terug te deinzen? Voorkom je woorden als: voorzichtig, pas op, denk er om, oh of oei? Wees je bewust van de kracht van een voorbeeld. Kinderen leren door te kijken, na te doen, te spelen en op die manier te ontdekken. 5. Neem de tijd om te genieten van het samen leren zwemmen. Zorg voor succesbeleving. Veel succes en herhaling zorgt ervoor dat het geloof en vertrouwen in jezelf groeit. Laat het lukken en laat de eindvorm los. Maak de vaardigheid b.v. makkelijker, zoek variaties en doe zelf ook mee. Kijk naar je kind en besluit: alles is goed! Weersta de verleiding om te helpen en wacht bij twijfel af. Laat je bezorgdheid los. Je kind heeft eigen ervaringen nodig om verder te komen. Blijf wel in de buurt! Daag je kind uit, gebruik materiaal en ontdek de favoriet. Geef eens een cijfer. 6. Heb geduld, leren kost tijd. Ieder kind is uniek. Wees als ouder een voorbeeld.  Op het gevoel van je kind heb jij als ouder ook invloed. Wanneer jij relaxed naar de zwemles gaat, zonder gemopper en gestress is dat prettiger voor je kind dan wanneer je klaagt over de hitte en je kind op de nek zit omdat het snel een diploma moet halen. Kinderen voelen stress en ongeduld haarfijn aan en dat kan de beleving van plezier negatief beïnvloeden. Door vaker te herhalen leer je sneller. Door regelmatig samen met je kind te gaan zwemmen, lever je in ieder geval een bijdrage aan (de snelheid) van het leerproces. De gemiddelde richtlijn voor het behalen van het A-diploma is dat wanneer de lessen 45 minuten duren, er 66 lessen nodig zijn om het A-diploma te behalen. Bij uurslessen kan je kind in ongeveer 50 weken, dat is dus een jaar, het A-diploma halen. 7. Maak zwemles leuker voor jezelf. Vind je de zwemles van je kind eigenlijk helemaal niet leuk? Is het iedere keer stressen om op tijd te komen? Gedoe in de kleedkamer, zweten en maar wachten, wachten en wachten? Probeer je irritatie te verbergen voor je kind. Hij of zij voelt het direct en zal het onbewust meenemen de les in. Nog beter, maak het leuk voor jezelf. Hierbij een paar tips: Koop een kop koffie of neem iets lekkers en settel je om een heerlijk boek of tijdschrift te lezen. Neem je hardloopschoenen mee en maak een trainingsrondje in de omgeving van het zwembad. Ga lekker onderuit zitten en doe een spelletje op je telefoon. Neem je laptop mee en beantwoord je email, dan hoef je dat thuis niet meer te doen. Doe een koptelefoon op en kijk je favoriete serie op je tablet. Zoek contact met andere ouders en maak het gezellig. 8. Hoe meer diploma's hoe beter de vaardigheden van je kind zijn om zichzelf te redden.Na lang oefenen komt uiteindelijk het moment dat alles lukt en je kind mag meedoen aan het diplomazwemmen. Zwemdiploma A is het startbewijs dat je kind in staat is om zichzelf te redden in het water. Je kind raakt niet in paniek, voelt zich prettig en vertrouwd in het water en beheerst belangrijke vaardigheden. Zwemdiploma B legt de nadruk op de specifieke zwemconditie en het toepassen van geleerde vaardigheden in lastiger situaties. Je kind is nog beter voorbereid om zichzelf te kunnen redden en kan het fysiek ook beter volhouden. Zwemdiploma C maakt het leren zwemmen compleet. Met een C-diploma op zak is het zelfvertrouwen gegroeid en ook het plezier in zwemmen. Je kind heeft kennis gemaakt met allerlei vaardigheden en toepassingen die deelnemen aan zwemmen in Nederland zo leuk maken. 9. Tot slot geldt voor je kind: KEEP CALM EN BLIJF ZWEMMEN. Het is belangrijk dat je kind blijft zwemmen. Geleerde vaardigheden zullen niet zomaar verdwijnen, maar als je niet meer oefent, holt de specifieke zwemconditie achteruit. Ook het zelfvertrouwen zal afnemen als je kind weinig of bijna nooit meer in het zwembad komt. Blijf daarom samen met je kind zwemmen en genieten! Bovenstaande tips komen uit het boek:  

Cookie instellingen